
AI is ons dagelijks leven ingestormd, zowel zakelijk als privé. Toch stellen we de meest fundamentele vraag nog altijd te weinig: wat is eigenlijk het menselijke – de human intelligence – en hoe verhoudt zich dat tot wat kunstmatige intelligentie doet? Die vraag stond centraal tijdens het door Publique georganiseerde HI-Day Congress, op 13 april in World Forum Den Haag.
Haroon Sheikh en Sander Duivestein namen de deelnemers vanuit heel verschillende invalshoeken mee op verkenning van het hetzelfde ongemakkelijke landschap. Een wereld die werkt, maar die niemand meer begrijpt.
Sheikh, senior wetenschapper bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, schetst een wereld in transitie. AI is al decennialang in ontwikkeling, maar pas in de afgelopen jaren brak de tweede grote golf door: niet meer patroonherkenning, maar patroongeneratie.
Machines leerden eerst te zien wat er was, en nu leren ze zelf te maken wat er nog niet was. Tekst, stem, beeld en muziek wordt maakbaar op basis van een handvol seconden bronmateriaal. Via digitale sporen die iedereen achterlaat – ook op straat via het peilen van mobiele telefoons – ontstaan steeds nauwkeuriger persoonlijke profielen, zonder dat er een cookie-notificatie aan te pas komt.
Die verschuiving heeft gevolgen die verder reiken dan technologie. We bevinden ons in een geopolitieke strijd om wie deze toekomst bepaalt. De Verenigde Staten sturen sterk op technologisch leiderschap, China heeft al vroeg ingezien hoe groot de inzet is en handelt daar consequent naar, Rusland kiest zijn niches slim, en Europa probeert vooral te reguleren; een agenda die nu onder druk staat van buitenaf. Achter die landen staan Tech-ondernemers van wie de persoonlijke besluiten meer directe impact hebben op miljarden mensen dan die van de meeste politici ter wereld.
Sheikh waarschuwt voor twee tendensen die hij ziet. De eerste is het verdwijnen van menselijke vaardigheden in een soort museum van menselijke moeite. Zelf schrijven met de hand, zelf navigeren en zelf redeneren zijn vaardigheden die langzaam ophouden vanzelfsprekend te zijn. De tweede is de overgang naar een wereld die uitstekend functioneert, maar waarvan niemand meer begrijpt hoe of waarom. We vertrouwen al nauwelijks meer op onze eigen route-kennis; straks geldt dat voor vrijwel alles om ons heen.
Daarbij komt een meer subtiele dreiging: grote taalmodellen zijn aantoonbaar effectiever in het veranderen van meningen dan andere mensen. Ze praten ons naar de mond, wekken vertrouwen, en worden steeds vaker bewust ingezet voor beïnvloeding op grote schaal. Denk aan geautomatiseerde desinformatiecampagnes en het vergiftigen van trainingsdata met gewenste narratieven. Dit gebeurt met autonoom opererende AI-agenten die opdrachten uitvoeren en anderen inhuren voor wat ze zelf niet kunnen. Het gaat hier niet om een toekomstscenario, want het is al lopende praktijk.
Toch weigert Sheikh het gangbare doemscenario te omarmen. Zijn centrale punt is dat we AI begrijpen via de verkeerde metafoor. We modelleren het steeds als een imitatie van de mens. Alsof het doel is om alles te kunnen wat wij kunnen, en vervolgens beter. Maar dat is zoals een auto begrijpen als een snellere fiets, of een onderzeeër omschrijven als iets dat zwemt. De functie lijkt op die van de mens, maar het mechanisme is fundamenteel anders, en daarmee ook de rol die het kan spelen.
Een auto heeft ons niet vervangen als fietser. Hij heeft ons in staat gesteld dingen te doen die we daarvoor niet konden. Vakantie op honderden kilometers afstand. Steden die zich op een andere schaal ontwikkelen.
'Confectieschoenen maakten schoeisel voor iedereen bereikbaar, en maakten de ambachtsman tegelijkertijd zeldzamer en waardevoller'
Zo zal AI geen vervanging zijn van menselijke creativiteit of intelligentie, maar een uitbreiding van het bereik, met nieuwe ervaringen die we ons nu nog niet kunnen voorstellen.
De schoenmaker werd niet vervangen door de fabriek. Confectieschoenen maakten schoeisel voor iedereen bereikbaar, en maakten de ambachtsman tegelijkertijd zeldzamer en waardevoller.
AI moet dan ook begrepen worden als een nieuw soort entiteit. Niet als assistent, niet als gereedschap, maar als iets waarvoor we een eigen categorie moeten uitvinden.
En net als elk wezen moet het gesocialiseerd worden: getraind op wat het wel en niet mag, afgestemd op menselijke doelstellingen, en bijgehouden door mensen die zich daar verantwoordelijk voor voelen.
Duivestein, auteur en keynote speaker, draagt bij aan informatie overload door de deelnemers te trakteren op een stortvloed aan afbeeldingen en video’s. Zijn onderkoelde humor maakt dat er veel te lachen valt tijdens zijn presentatie, maar tussendoor raakt hij regelmatig een zenuwuiteinde.
Hij ziet dagelijks hoe de grens tussen echt en nep vervaagt: gefakete nieuwsbeelden, gegenereerde muziek, gemanipuleerde profielfoto’s, aanbiedingen van niet bestaande vakantiebestemmingen, gefingeerde interviews. Er wordt gesproken van de infocalyps: sinds november van vorig jaar creëert AI meer informatie dan mensen dat doen, waarbij we inmiddels collectief niet meer kunnen bepalen of iets echt of gefabriceerd is.
Duivestein maakt zich niet alleen zorgen over de inhoud van die stroom, maar ook over wat hij doet met de mensen die erin zwemmen. Jongeren groeien op met AI als vanzelfsprekend onderdeel van hun leven. Niet als hulpmiddel, maar als besturingssysteem. Ze vragen AI wat ze moeten eten, waar ze naartoe moeten, welke keuzes ze moeten maken.
En hoewel dat soms verrassend goed werkt, gaat er iets verloren: het proces van zelf graven, zelf worstelen, zelf falen en daarvan leren. Studenten leveren scripties in zonder te weten waar ze over gaan. Kennis beklijft niet als de frictie er tussenuit is gehaald.
Zelf gebruikt Duivestein kunstmatige intelligentie intensief. Zo liet hij de rondreis die hij met zijn vriendin door de Verenigde Staten maakte geheel door AI samenstellen en dat leverde een prima vakantie op.
Ook voor zijn schrijfwerk is kunstmatige intelligentie een belangrijke tool. Hij werkt doorgaans met drie modellen naast elkaar, die onder zijn regie ideeën en teksten genereren, bediscussiëren en aanscherpen.
Deze werkwijze dwingt hem om dieper te gaan dan het eerste antwoord. Daardoor kost een artikel hem niet minder tijd, misschien wel meer, maar het levert hem meer originele invalshoeken en betere teksten op.
Het is een houding die hij als essentieel ziet: gebruik AI niet om sneller bij een conclusie te komen, maar om tot compleet andere inzichten over je eigen werk te komen.
Zijn waarschuwing voor organisaties en beleidsmakers is helder. Bewustwording ontbreekt. Regulering loopt achter. En de maatschappelijke kosten van het gedachteloos loslaten van AI op onderwijs, media en zelfbeleving zijn nog nauwelijks zichtbaar, maar al wel voelbaar in stijgende cijfers rond lichaamsontevredenheid, eenzaamheid en het onvermogen om onderscheid te maken tussen feit en fictie.
Wat beide verhalen verbindt, is een paradox die de moeite waard is om te analyseren. Naarmate AI meer kan, wordt het menselijke schaarser en daarmee waardevoller. En dat is precies het domein van livecommunicatie. De echte ontmoeting. De aanwezigheid zonder scherm. De stilte in een zaal nadat iemand iets gezegd heeft dat werkelijk raak was.
Wie een mening wil vormen over de interactie tussen menselijke en kunstmatige intelligentie in relatie tot livecommunicatie doet er goed aan zich twee vragen te stellen. Ten eerste: welke nieuwe ervaringen maakt AI mogelijk die zonder AI ondenkbaar zouden zijn? Ten tweede: waar zit de menselijke toegevoegde waarde die juist door schaarste groeit?
Het antwoord op de eerste vraag vraagt om nieuwsgierigheid en bereidheid tot experiment. Het antwoord op de tweede vraag ligt besloten in de discipline om niet alles aan technologie over te laten, en de moed om de rommeligheid van het menselijk contact, de onverwachte verbinding en het moment dat niet volgens script verloopt te omarmen als bron van echte betekenis. Dat is de kern van livecommunicatie.
De lezingen van Haroon Sheikh en Sander Duivestein leveren geen kant-en-klare routekaart op. Het ongemak van zelf nadenken wilden ze niet oplossen. Wat ze wel bieden is een scherper zicht op wat er op het spel staat in de interactie tussen menselijke en kunstmatige intelligentie.
De adviezen hieronder zijn deels expliciet uitgesproken, deels afgeleid uit de zorgen en observaties die beide sprekers deelden. Ze zijn bedoeld voor iedereen die niet alleen wil begrijpen wat AI doet, maar ook wil nadenken over hoe je er bewust mee omgaat als individu, als organisatie, of als beleidsmaker.
Gebruik de juiste metafoor. Behandel AI niet als een slimmere mens, maar als een fundamenteel ander type entiteit. Stel de vraag: welke nieuwe ervaringen maakt het mogelijk, in plaats van: wat vervangt het? [Haroon Sheikh]
Gebruik AI voor kwaliteit, niet kwantiteit. Gebruik AI niet om snel een antwoord te krijgen, maar om dieper te graven. Stel kritische rollen in, vraag onverwachte inzichten op, laat modellen elkaars output aanvechten. [Sander Duivestein]
Socialiseer AI. Zoals een hond getraind moet worden waar hij wel en niet mag bijten, moeten organisaties AI bewust inrichten, begrenzen en in lijn brengen met menselijke doelstellingen. [Haroon Sheikh]
Bescherm de frictie. Juist het moeizame proces - het zelf schrijven, nadenken, fouten maken - laat kennis beklijven. Geef medewerkers en leerlingen bewust momenten zonder AI-hulp. [Sander Duivestein]
Analyseer taken, niet banen. De meeste banen verdwijnen niet volledig, alleen bepaalde taken erin verdwijnen. Breng per functie in kaart welke taken AI overneemt en welke menselijke taken belangrijker worden. [Haroon Sheikh]
Overheid: zet in op bewustwording en regulering. Creëer mediawijsheid over feit versus fictie, investeer in AI-geletterdheid voor alle leeftijden, en stel duurzaamheidseisen aan grootschalig AI-gebruik. [Sander Duivestein]
Waak voor synthetische data-drift. Naarmate AI-modellen steeds vaker getraind worden op door henzelf gegenereerde data, neemt de kwaliteit op precisiegevoelige terreinen af. Waar betrouwbaarheid en nauwkeurigheid essentieel zijn, is extra waakzaamheid geboden. [Haroon Sheikh]
Blijf mens, ondanks het ongemak. Technologie neemt de rommeligheid van het bestaan niet weg. Die rommeligheid heeft waarde. Geef ruimte aan ongemak, nervositeit en onverwachte wendingen als bron van echte ervaring. [Sander Duivestein]
Koester de live ontmoeting als kernwaarde. In live communicatie, events en samenwerking schuilt precies wat AI niet kan bieden: echte aanwezigheid, voorkomen van huidhonger, onverwachte verbinding. Verstevig dat als onderscheidend vermogen. [Haroon Sheikh & Sander Duivestein]
Er zijn nog geen reacties.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.